Polspijn

De Pols

Wat is een ganglion?

Een ganglion is een goedaardige, omkapselde holte gevuld met geleiachtig vocht dichtbij een gewricht of peesschede in de pols. 60% van de ganglia zien we aan de rugzijde van de hand in het verlengde van de wijsvinger bij het polsgewricht en 20% op aan de handpalm ter hoogte van de duimmuis in de regio van het polsgewricht. Een ganglion ontstaat vanuit het gewrichtskapsel of vanuit een peesschede.
Het komt het meest voor aan de pols maar ook elders in het lichaam kan het voorkomen.

Kenmerken ganglion in de pols:
• Langzaam groeiend;
• Duidelijk te lokaliseren zwelling;
• Los van de huid;
• Voelt zacht rubberachtig aan;
• Licht fluctuerend;
• Rond;
• Veroorzaakt geringe pijnklachten.

Er moet door de huisarts wel uitgesloten worden of er niet sprake is van een bottumor of weke delentumor.

Oorzaken:
Er is zelden een duidelijke oorzaak voor het ontstaan van een ganglion aanwezig.

Behandeling:
De meeste ganglia verdwijnen na 1 of 2 jaar. Eventueel kan de ganlion geïnjecteerd worden met corticosteroïden, maar 30% van de klachten komt terug. Na de behandeling is chirurgische behandeling mogelijk, maar ook dan bestaat 10-20% de kans op terugkomende klachten.

Wat is het carpale tunnelsyndroom?

De carpale tunnelsyndroom is een veel voorkomende zenuwbeknelling van de middelste armzenuw in de pols. In het begin van de handpalm rond het polsgewricht bevindt zich de carpale tunnel. Dit is een nauw kanaal gevormd door de handwortelbeentjes en een stevig peesblad tussen pink- en duimmuis aan het begin van de handpalm. In deze tunnel lopen de buigpezen van de vingers en de zenuw, die heel zacht van structuur is, en daardoor het meest gevoelig voor druk. De zenuw die door de carpale tunnel loopt, is afkomstig van de onderarm, loopt door de carpale tunnel en eindigt o.a. in de duim, wijs-, middel- en in een stukje van de ringvinger.

Oorzaken:
In de nauwe carpale tunnel kan beknelling van de zenuw veroorzaakt worden door zwelling van de bekleding van de pezen. Het carpale tunnelsyndroom kan ook optreden tijdens de zwangerschap en in de overgang. Dit komt niet zo heel vaak voor. Ook bij een te langzaam werkende schildklier en overproductie van groeihormonen kan het syndroom optreden.
Verder kunnen de peesscheden zwellen door irritatie zoals bij reuma en na forse handenarbeid. Mensen met suikerziekte (diabetes mellitus) hebben een grote kans op het krijgen van het carpale tunnelsyndroom. Soms zijn er andere redenen dat de carpale tunnel te nauw wordt, zoals een botafwijking door bijvoorbeeld een breuk.

Klachten:
De zenuw die door de carpale tunnel loopt kan bekneld raken. Hierdoor kunnen er klachten ontstaan zoals tintelingen of een pijnlijk gevoel in de hand, de vingers en vooral in het verzorgingsgebied van de zenuw (de duim, wijs- en middelvinger en een deel van de ringvinger). Ook kan een verdoofd gevoel van de vingertoppen ontstaan en een verminderde kracht waardoor gemakkelijk dingen uit de hand kunnen vallen. De pijn kan uitstralen via de onderarm en elleboog tot in de schouder.
’s Nachts nemen de klachten vaak in ernst toe waardoor men er wakker van kan worden. Maar ook overdag kunnen zij optreden, bij het autorijden, het lezen van de krant en fietsen. Ook na stevige handenarbeid kan verergering optreden. Soms komt het carpale tunnelsyndroom aan beide handen voor.

Onderzoek:
Kenmerken van het carpale tunnelsyndroom zijn:
• Kriebelingen
• Jeuk;
• Tintelingen;
• krachtverlies in de hand;
• ’s nachts vooral een pijnlijk en tintelend gevoel.
Bij lichamelijk onderzoek kunnen gevoelstoornissen in duim, wijs- en middelvinger worden gevonden en kan de duimmuis plaatselijk wat dunner zijn, maar meestal worden er geen afwijkingen gevonden.
Een soort gelijk klachtenpatroon komt voor bij beknelling van de zenuw door een nekhernia, artrose (slijtage) van nekwervels of door het bestaan van nauwe ruimtelijke verhoudingen in de schouder (zogenaamd scalenus syndroom of halsribsyndroom) hierdoor kan er verwarring optreden omtrent de diagnose. De oorzaken dienen door het neurologische onderzoek te worden uitgesloten, omdat ze uiteraard een andere behandeling vereisen.

Behandeling:
Als de diagnose carpale tunnelsyndroom is gesteld, wordt er in de eerste instantie advies gegeven over bewegen. Bezigheden die verminderd moeten worden zijn:
– Het werken waarbij de pols vaak in een hoek van 90 graden omhoog
wordt gebracht zoals bij het dweilen, poetsen en schilderen;
– De roterende bewegingen met kracht in de pols moeten vermeden
worden zoals het uitknijpen van een dweil.

Eventueel kan er een spalk aangebracht worden waarbij de pols in de juiste positie wordt gezet zodat de pols rust krijgt en de klachten kunnen afnemen.

Wanneer de klachten gering zijn of van voorbijgaande aard (bijvoorbeeld in de zwangerschap) is er geen behandeling nodig of kan men beter afwachten.

Zijn de klachten dusdanig belemmerend en langdurig van aard dan kan een injectie in de pols met bijnierschorshormonen (cortison) en een plaatselijk verdovend middel overwogen worden, wat voor lange duur klachtverminderend werkt.

Er kan ook gekozen worden voor een operatie. De operatie geschiedt via een plaatselijke verdoving in de handpalm of pols. Het dak van de carpale tunnel wordt doorgesneden, waardoor de inhoud en dan vooral de weke zenuw van de beknelling wordt verlost.
Na de operatie zijn tintelingen in de vingers vaak snel over maar ze kunnen ook langzamer verdwijnen.
Dit geldt zeker voor reeds vóór de operatie bestaande gevoelsvermindering in de vingers, deze kan soms blijven bestaan.
Het litteken in de handpalm kan enkele maanden gevoelig blijven en het kan nog langer duren voordat de kracht in de hand weer normaal is.

Contactgegevens

Telefoon: 035-6942190
E-mail: info@fysiotherapienaarden.nl